|
|||||||||||||||||||||
Van 1* duiker tot instructeur.De NELOS-duikopleiding is opgebouwd rond een aantal duikbrevetten. Deze brevetten worden ook de sterren genoemd. Zij duiden op een bepaalde verworven duikvaardigheid en gaan van 1* Duiker (1*D) tot 4* Duiker (AI). Aan elk brevet hangen een aantal voorwaarden, proeven, mogelijkheden en beperkingen vast. Hieronder volgt een synthese van elk brevet. Buiten de technische brevetten bestaan er nog drie instructeurstitels (1* tot 3* Instructeur), die kunnen behaald worden door diegenen die zich wensen in te zetten op club-, federaal- of zelfs nationaal niveau. De kandidaten dienen een theoretisch examen af te leggen, een theorie en zwembad les te geven en openwater proeven af te leggen. Vanaf 2* Instructeur moet men zelfs slagen voor een zeestage (in het buitenland) en voor 3* Instructeur een verhandeling schrijven. Meer gedetailleerde informatie omtrent de vereisten van elke instructeurstitel valt buiten het kader van deze introductie. Verder bestaan er binnen de NELOS een aantal specialisatie brevetten die dieper ingaan op bepaalde facetten van de duiksport. Een duiker wordt een "kandidaat X*D" genoemd indien hij qua leeftijd, administratie, aantal duiken en wachttijd in aanmerking komt voor afname van het zwembad- en theorie-examen voor dit brevet en hij ook effectief interesse vertoont om aan dit examen deel te nemen. Bij de openwaterproeven staat het minimum brevet vermeld van diegene die de proef mag afnemen. Proeven voor 2*D en 3*D dienen afgelegd te worden in tegenwoordigheid van en onder de verantwoordelijkheid van minstens een 1*I (= 1* Instructeur). Sommige proeven kunnen gedelegeerd worden naar een AI op voorwaarde dat de instructeur zelf ter plaatse is, de verantwoordelijkheid draagt en het duikboekje aftekent. Proeven voor AI worden afgenomen in tegenwoordigheid van en onder de verantwoordelijkheid van minstens een 2*I (handtekening). De 2*I mag zijn taak delegeren naar een 1*I. Kandidaat 1*DVoorwaarden:
Zwembadgedeelte(Onder de vorm van permanente evaluatie door een AI.)
Open Water
Homologatie kan na minimum 5 en maximum 10 duiken op maximum 15 meter diepte. 1*DEen 1*D is een duiker die bekwaam is om veilig en correct gebruik te maken van zijn duikuitrusting in een beschermde trainingsomgeving en die klaar is om openwater ervaring op te doen, begeleid door een ervaren duiker. Hij moet kunnen functioneren volgens het buddy-systeem van de CMAS. Beperkingen van de 1*D:
Kandidaat 2*DNa de eerste vijf duiken mag de 1*D zich aanbieden voor het volgen van een 2*D opleiding: zwembadexamen, theorie-examen en openwaterproeven. De volgorde van de drie componenten en de volgorde van de proeven tijdens het zwembadexamen wordt aan de discretie overgelaten van de verantwoordelijke van de duikschool. Evaluatie minstens door 1*I. Examen
Openwaterproeven
Andere vereisten
2*DEen 2*D heeft enige onderwaterervaring opgedaan. Hij moet in staat zijn om onder leiding van een ervaren duiker alle recreatieve duiken uit te voeren. Hij moet daarbij in staat zijn om manifeste duikongevallen te herkennen en er adequaat op te reageren. Een 2*D kan als duikleider fungeren bij eenvoudige duiken. Een 2*D mag:
Beperkingen van een 2*D als duikleider:
Kandidaat 3*D
De volgorde van zwembad- en theorie-examen en de openwaterproeven wordt aan de discretie overgelaten van de verantwoordelijke van de duikschool. Evaluatie door minimum 1*I. ExamenDe zwembadproeven moeten binnen de 45min uitgevoerd worden.
OpenwaterproevenDeze proeven mogen pas afgenomen worden na de 25 duiken op 30m:
3*DEen 3*D moet in staat zijn "zelfstandig" te duiken. Hij moet tevens in staat zijn duiken te leiden die geen uitzonderlijke moeilijkheidsgraad hebben (bv. geen duiken met beginnelingen..). Hierbij moet hij alle veiligheidsmaatregelen kunnen treffen, alle duikongevallen kunnen herkennen en er gepast op kunnen reageren. Een 3*D mag:
Kandidaat Assistant Instructor
OpenwaterproevenVerplicht in "onze" wateren uit te voeren. De proeven op 40 meter mogen pas uitgevoerd worden na de vereiste 20 duiken op minstens 40m.
Duikleidingen
ExamenVerplichte volgorde, in maximum 35 minuten. Tussen de proeven wordt 1 minuut recuperatie toegelaten. Herkansing is enkel toegelaten bij een technisch defect.
Schrifteliijk theorie examen met mondelinge evaluatie door een federaal aangestelde jury van minstens twee 2*I en onder algemeen voorzitterschap van een 3*I. AIEen AI moet in staat zijn "zelfstandig" te duiken. Hij moet in staat zijn duiken te leiden in alle wateren die courant bezocht worden door Belgische duikers. Hij moet in staat zijn beginnende of onervaren duikers te begeleiden en tevens onder de verantwoordelijkheid van instructeurs bepaalde taken van deze laatste over te nemen. Hij moet alle veiligheidsmaatregelen kunnen treffen, alle duikongevallen kunnen herkennen en er gepast op kunnen reageren. Kan zelfstandig instaan voor de opleiding theorie en zwembad van 1*D. Kan zelfstandig opleidingsduiken 1*D uitvoeren. Een AI mag:
InstructeurstitelsAI's die hiervoor interesse tonen kunnen zich verder bekwamen op het vlak van de duikorganisatie, het afnemen van openwater proeven en in de specifieke didactiek en pedagogie. Als zij hierin slagen kunnen zij - na een theoretisch en praktisch examen - de titel van 1* instructeur bekomen. Voor het bekomen van de titel van 2* instructeur dient een duikstage worden afgelegd. Voor de titel van 3* instructeur is zelfs een verhandeling vereist. De gedetailleerde vereisten voor iedere instructeurstitel valt buiten het kader van deze website. SpecialisatiesBuiten de technische brevetten en de instructeurstitels kennen we nog enkele specialisaties.
|
|||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||